Klasseringssysteem

Wezemaal Tennis Points

 

Voor elke speler zijn er twee cijfers: een klassering en een betrouwbaarheidscoëfficiënt. De klassering is een getal dat de gemiddelde sterkte aangeeft van de speler. De betrouwbaarheidscoëfficiënt duidt de betrouwbaarheid aan van deze klassering.

Het principe is dat als je tegen iemand speelt, het klasseringsverschil leidt tot een verwachte uitslag. Haal je een betere uitslag dan verhoogt je klassement, haal je een minder goede uitslag dan verlies je punten.

 

1. Omrekening van een uitslag naar een percentage

De eerste stap is dat je een uitslag van bv. 7-5, 1-6, 6-2 naar 1 getal moet vertalen. Dat getal gaat een percentage zijn: met hoeveel percent is er gewonnen. We tellen eerst de spellen die elke speler gehaald heeft op, en geven voor elke set een bonusspel, en 1 bonusspel voor de wedstrijd. Dus in het voorbeeld heeft de winnaar 7+1+6+2 sets + 1 (wedstrijd)=17. De verliezer heeft 5+6+2+1 set= 14. In totaal zijn er 17+14=31 punten toegekend. De winnaar heeft daarvan 17/31= 55%.

(Een tie-break telt dus als een gewoon spel). Verder noteren we deze uitslag als U. Dus voor de winnaar is U=55, voor de verliezer is U=45.

Voor onvolledige wedstrijden: een wedstrijd telt als er minstens 1 spel gespeeld is in de tweede set. Voor elke set waar minstens 1 spel gespeeld is telt ook de winstset voor de speler die niet opgegeven heeft. Bvb. Uitslag  4/6 0/1 opg.: de winnaar telt 4+1+1=6 effectieve spellen. De speler die opgegeven heeft, krijgt 7+1=8.

 

2. De verwachte uitslag.

De `verwachte uitslag' V hangt af van het puntenverschil P  tussen de twee spelers voor aanvang van de wedstrijd. Voor de wiskundigen: de formule is als volgt:

 

V = 50 ( 1 - erf ( P / 400) )

 

waarbij dus P  het puntenverschil is, dat hier groter dan nul verondersteld wordt, en de verwachting is dan hoger dan 50. Het symbool erf staat voor de `error function':

Maar zoals gezegd is dat voor wiskundigen. Het resultaat is te bezien in de figuur.

 

Bv. een speler met 1600 punten speelt tegen iemand met 1550 punten. Er zijn 50 punten verschil, en dat geeft een verwachte uitslag van 57-43 %. De correctie aan het klassement is groter als het verschil tussen uitslag en verwachting groot is. Dus in ons voorbeeld, als degene die in het klassement voorstond ook de wedstrijd won met 55%, dan is er bijna geen wijziging aan het klassement. Er was immers slechts 2% verschil. Hij verliest zelfs een klein aantal punten. Als degene die in het klassement achterstond zo wint, dan is het verschil tussen uitslag en verwachting 55-43=12. Hij wint dus punten.

 

 

Figuur : Verwachte uitslag in functie van verschil van punten.

Hieronder vind je dit in meer detail met voorbeelden van scores die tot dat percentage leiden.

 

 

Punten

% win

% ver

voorbeeld

0

50

50

6/4 0/6 6/4

7

51

49

7/5 1/6 7/5

14

52

48

7/6 5/7 7/6

21

53

47

7/6 6/7 7/6

28

54

46

7/5 3/6 6/4

36

55

45

7/5 4/6 7/5

43

56

44

6/4 4/6 6/4

50

57

43

6/4 5/7 6/3

57

58

42

6/4 4/6 6/3

64

59

41

7/6 7/6

72

60

40

6/3 3/6 6/4

79

61

39

7/6 7/5

86

62

38

7/6 6/4

94

63

37

7/5 7/5

101

64

36

7/5 6/4

109

65

35

6/4 6/4

117

66

34

6/2 4/6 6/1

124

67

33

7/5 6/3

132

68

32

6/4 6/3

140

69

31

6/1 3/6 6/0

148

70

30

7/5 6/2

157

71

29

6/3 6/3

165

72

28

6/0 6/7 6/0

173

73

27

7/5 6/1

182

74

26

 

191

75

25

6/3 6/2

200

76

24

7/5 6/0

209

77

23

 

218

78

22

 

228

79

21

6/2 6/2

238

80

20

 

248

81

19

 

259

82

18

 

270

83

17

6/1 6/2

281

84

16

 

293

85

15

 

306

86

14

 

319

87

13

 

332

88

12

6/1 6/1

347

89

11

 

362

90

10

 

379

91

9

 

397

92

8

 

417

93

7

 

440

94

6

6/0 6/1

465

95

5

 

495

96

4

 

532

97

3

 

581

98

2

 

658

99

1

 

 

100

0

6/0 6/0

 

 

 

3. De correctie van het klassement

De correctie aan het klassement is

correctie= ( U - V ) ´ K.

Het is dus evenredig met het verschil tussen uitslag en verwachting. De evenredigheidsfactor K moet nog uitgelegd worden.

K wordt gegeven door de formule

K= 3 - 0,15 (g + 3 t),

waar g de betrouwbaarheidscoëfficiënt was voor de wedstrijd, en t  enkel verschillend is van 0 als men speelt tegen een tegenstrever waarvan de betrouwbaarheidscoëfficiënt lager is dan 3. Als men speelt tegen een tegenstrever met betrouwbaarheidscoëfficiënt g' < 3, dan is t = 3 - g'. (Merk op dat het aantal punten dat de ene speler wint, niet gelijk is aan het aantal punten dat de andere verliest, door dit verschil in de waarde van K ). Nog één correctie: als g +3 t  ³ 20, dan wordt K = 0 als t > 0, en bij t = 0 wordt K = 0,15.

Na de wedstrijd wordt de betrouwbaarheidscoëfficiënt van beide spelers met 1 verhoogd.

 

4. De tweede iteratie

Als alle wedstrijden op de bovenstaande manier doorlopen zijn voor het huidige jaar, dan wordt er een tweede iteratie gedaan. Dat wil zeggen. Alle wedstrijden worden nog eens opnieuw berekend volgens de bovenstaande methode, maar nu met K=1 voor iedereen, en de betrouwbaarheidscoëfficiënten worden natuurlijk niet meer aangepast.

5. De aanpassing van de betrouwbaarheidscoëfficiënt en klassementen voor het nieuwe jaar.

We willen dat de wedstrijden van het vorig jaar minder belang hebben, maar we willen die wel nog laten meetellen voor het nieuwe jaar. Daarom verminderen we voor het nieuwe jaar de betrouwbaarheidscoëfficiënten.

Noteren we met g  de oude betrouwbaarheidscoëfficiënt, en met n  de nieuwe, dan is

n = g =0               als                        g = 0

n = g - 1               als                        1< = g < = 4

n = 4                    als                        5< = g < = 7

n = 5                    als                        8< = g < = 11

n = 6                    als                        12 < = g < =16

n = 7                    als                        g > 16

Bovendien wordt g  nog met 1 extra verminderd voor wie op 1/1 de leeftijd van 18 niet bereikt hebben en g ³ 4 hadden na het vorig jaar. Deze laatste correctie wordt uitgevoerd omdat bij jongere spelers de resultaten van het vorig jaar minder relevant zijn (zij evolueren meer van jaar tot jaar).

 

Nieuwe regel sinds 2011: Voor elk jaar wordt het klassement 1) verminderd met 45 punten voor degene die dat jaar 30 of meer worden (bv.: voor het jaar 2011: geboren in 1981 of vroeger). 2) verhoogd met 90 punten voor wie geen 18 is op 1/1 van dat jaar (bv.:voor het jaar 2011: geboren in 1993 of later). 3) Eenmalig worden alle enkelklassemten met 50 verhoogd, om ze meer vergelijkbaar te maken met de dubbelklassementen.

 

6. Nieuwe spelers.

Voor nieuwe spelers wordt een beginklassement vastgelegd door het wedstrijdcomité. De betrouwbaarheidscoëfficiënt is dan 0.

 

7. Besluit:

Je hebt een aantal punten. Hoe meer je wint tegen sterke tegenstrevers hoe meer punten je haalt. Winnen tegen zwakke spelers brengt weinig op. Als het verschil niet ruim is, verlies je zelfs punten. Omgekeerd, verliezen met een goede score  tegen sterke spelers kan uw puntenaantal verhogen.


Dubbelklassement

 

Voor het dubbelklassement tellen zowel de enkelwedstrijden als de dubbelwedstrijden. Eerst worden alle enkelwedstrijden behandeld. Dan de tweede iteratie van de enkelwedstrijden (K=1). Daarna worden de dubbelwedstrijden behandeld, in de volgorde waarin ze gespeeld zijn. Tenslotte komt er een tweede iteratie voor de dubbelwedstrijden met K = 1.

De rest van de werkwijze is analoog aan het enkelklassement. Als puntenwaarde van een ploeg wordt het gemiddelde aantal punten van de 2 partners genomen. P is dus het verschil tussen de gemiddelden voor de 2 ploegen.

Voor de waarde van t in sectie 3, neemt men de hoogste waarde van die van de twee tegenstrevers.

Tornooileiding

  • Kris Beyen
  • Bie Cleynhens
  • Dominique Gilles
  • Tessa Gordts
  • Rob Govaerts
  • Bart Lemmens
  • Walter Merens
  • Chantal Van Beselaere
  • Rudi Verbinnen
  • Patrick Vervoort

IT-team

  • Toine Van Proeyen
  • Jo Vaeremans
  • Bart Lemmens
  • Koen Muysewinkel
  • Wim De Wachter
  • Kris Beyen